Verbeteren van leesvloeiendheid. Nadruk op successen of fouten?
Leesoefening voor zwakke lezers heeft tot doel een algemene vaardigheid te bewerkstelligen die betrekking heeft op woorden met een bepaalde orthografische structuur. Die oefening wordt gewoonlijk afgestemd op woorden die fout gelezen werden. Fouten zullen echter merendeels bepaald zijn door toevalsfactoren of door woordspecifieke kenmerken die geen verband houden met de algemene vaardigheid.
De hoofdvraag voor mijn promotieonderzoek is of het beter is de nadruk te leggen op dat wat goed ging, of juist dat wat fout ging. De verwachting is dat oefenen op woorden die goed gelezen werden even effectief zal zijn als - of zelfs beter dan - oefening op woorden die fout gelezen werden. Deze hypothese wordt tijdens mijn promotieonderzoek getoetst voor zwakke lezers in het basisonderwijs, met meerdere woordstructuren. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar de homogeniteit van de betreffende woordverzamelingen.
Betrokkenen bij dit project:
• Dr. Wim H.J. van Bon (co-promotor)
• Prof. Dr. Rob Schreuder (promotor)
• Prof. Dr. Ludo Verhoeven (promotor)

